Motorische vorming

De start van het leren: schoolrijpheid

Door allerlei oorzaken zien we steeds vaker dat kinderen ontwikkelingsfasen niet goed doorlopen en een achterstand ontwikkelen. Dit beperkt ze in hun leermogelijkheden wat veel angst en onzekerheid oplevert.

In de kleuterklas hebben kinderen het soms moeilijk met bepaalde vaardigheden.
Zowel de fijn motorische oefeningen als knippen, prikken, boetseren en/of de grof motorische oefeningen als springen, klauteren en coördinatieoefeningen. Al deze vaardigheden zijn essentieel voor de vorming van ruimtelijke oriëntatie, plaats- tijdsbesef en lateraliteit. Op hun beurt zijn ze noodzakelijk bij rekenen, taal of schrijven.

Als kinderen naar groep 3 gaan moeten ze dus motorisch klaar zijn om bijvoorbeeld te gaan schrijven. Ze moeten ook symmetrisch zijn geweest en in de lateralisatiefase zitten.

 

Motorische vorming

Door veel te spelen en te bewegen, ervaren kinderen wat ze ‘kunnen’, wat mogelijk is en wat (nog) niet. Tijdens beweging ontdekken kinderen hun eigen lichaam. Ze leren al doende het besef van een linker - en een rechterkant van het lichaam, ze leren zich oriënteren in de ruimte, zich focussen en ook wordt het geheugen en de motoriek gestimuleerd. Lees meer over psychomotoriek en algemene motoriek.

 

Welke kinderen

Kinderen met een leermoeilijkheid als lezen, spellen, rekenen, schrijven. Een leerstoornis als dyslexie, dyscalculie en/of andere problemen zoals bijvoorbeeld faalangst, concentratie, hoogsensitiviteit, adhd,  beelddenken of neurologische ontwikkelingsvertraging.

 

Zonder problemen beschikt een kind over

  • Motorische vaardigheden
  • Goed (samen)werkende ogen: meer info over visueel waarnemen
  • Voldoende ontwikkeling van zijn lateraliteit
  • Ruimtelijk (in)zicht
  • Een ongestoorde ontwikkeling van het zenuwstelsel
  • Vaardigheden om te kunnen automatiseren
  • Voldoende getalbegrip en hoeveelheidsbegrip
  • Ruimte en energie om te leren en functioneren

 

LeerZorgGroei