Stress

Een kind met problemen en/of leermoeilijkheden ervaart alle dagen stress maar kent ook vaak angst. Het brein maakt overuren!

Het betekent, dat in de hersenen, de hersenstam het commando overneemt waardoor je kind in staat van 'overleven': de vecht-vluchtreactie terecht komt. Ook de mate van doelgerichte aandacht wordt beïnvloed, net als de waarneming en hoe alert je kind is. Omgevingsgeluiden worden minder goed gefilterd zoals schuivende stoelen of een klasgenootje die onrustig op de stoel wiebelt. De binnenkomende signalen worden minder goed bewaakt en de concentratie vermindert. Het valt op dat je kind rusteloos, impulsiever, ongecontroleerd en niet in staat is zijn of haar werk af te maken.

In de kleine hersenen controleert een orgaan de coördinatie en verfijning van de bewegingen. Als we willen schrijven, hoeven we niet na te denken welke spier/pees dit moet doen. Het gebeurt automatisch. Net als de beweging van zwemmen, fietsen, tennissen. Als we de beweging nodig zijn kunnen we het gewoon oproepen, ook na jarenlang niet gefietst te hebben. De beweging is geautomatiseerd.

Ons limbisch systeem is de verblijfplaats van onze gevoelens en werkt onbewust. Hierin zitten allemaal onderdeeltjes die belangrijk zijn voor het kunnen leren en ontwikkelen: eten, slapen, hormonen die belangrijk zijn voor gedrag, gevoelens verwerken, kortetermijngeheugen, opslaan en oproepen van herinneringen. De amygdala voorziet de ervaring van jou en je kind als wel of niet gevaarlijk, zodat je kunt vluchten of vechten.

Bij stress wordt de regie overgenomen en kun je niet meer helder denken en wordt de informatie niet meer goed doorgestuurd naar het lange termijn geheugen.

Het filteren van zintuiglijke informatie -voordat informatie naar de cortex gaat (de buitenste schors van je hersenen)- raakt verstoord en de invloed op coördineren, integreren en uitvoeren van motorische bewegingsprocessen staan minder in verbinding met de cortex. Deze laatste zorgt ervoor dat je bewust kan handelen, besluiten kan nemen, organiseren en worden ervaringen in het geheugen opgeslagen. De schors neemt informatie op, analyseert deze, maakt een vergelijking met andere gegevens uit eerdere ervaringen en neemt dan een beslissing.

Door stress vermindert ook de informatie-uitwisseling tussen de hersenhelften waardoor een kind minder goed een opgedragen taak af kan handelen, op bevredigende manier van zichzelf of de ander.

Wat gaat minder goed: plannen, denken, logica, beslissing nemen, doelgericht handelen. Snel in beweging komen neemt af. Verwerking van sensorische gegevens als lichaamshouding, spieractiviteit, aanraking en drukgevoel verandert. Visuele informatieverwerking, luisteren en praten wordt beïnvloed.

Leren betekent, dat er nieuwe verbindingen worden aangemaakt, het myelinisatieproces genoemd. Om de ontwikkeling van dit netwerk te bevorderen, is het belangrijk dat een kind zoveel mogelijk zintuiglijke prikkels krijgt en dat zijn nieuwsgierigheid en drang naar bewegen wordt ondersteund en bevorderd. Als alle onderdelen goed op elkaar afgestemd zijn, is leren leuk, ben je tevreden met jezelf en met de wereld.

Als je kind zegt 'ik heb geen zin', 'ik ben moe', 'dat hoeven we helemaal niet te doen' dan is er geen harmonie, de stressspiegel hoog en zijn de hersenen niet in staat om 'mee te doen'.

De aanpak voor om gaan met en vermindering van stress wordt gedaan vanuit verschillende methoden.

 

 

 

Comments are closed.