Systemisch werken

Spiegel ouder-kind

Het gezin is de plek waar kinderen -voor het eerst- leren hoe mensen met elkaar omgaan. De spiegelneuronen in de hersenen zorgen ervoor dat het kind leert, door ouders hun gedrag na te doen. Hiermee doet het kind ervaringen op, op het gebied van emoties, intimiteit, omgaan met conflicten en het waarnemen van hun realiteit in sociale relaties. Daarnaast wordt het kind beïnvloed door gevoelens die leven in een familiesysteem. Meestal zijn dat gevoelens van liefde en wordt het kind hiermee ondersteund.

Als kinderen zich geliefd voelen door degenen die voor hen zorgen en als ze betrouwbaarheid ervaren, leren ze positief over zichzelf denken. Ze ontwikkelen zelfvertrouwen over hoe ze zich dienen te gedragen en hoe ze moeten handelen ten opzichte van anderen. Komt een kind tekort in zorg of ervaart het onbetrouwbaarheid van ouders of omgeving, dan ontwikkelt het kind negatieve opvattingen over zichzelf. Het twijfelt dan vaker over hoe te handelen en zich te gedragen ten opzichte van anderen.

Na verloop van tijd worden hun ervaringen de blauwdruk van de wereld.  Dat zegt dus helemaal niets over hoe de wereld in elkaar steekt en hoe een ander dit ervaart.

 

Verstoring door trauma

Vaak leven er nog onverwerkte gevoelens als gevolg van onverwachte of nare gebeurtenissen bij het kind zelf, en/of de ouders of grootouders. Hier kan een kind onbewust en onbedoeld mee belast worden. Van deze belasting komt de last tot uiting via het gedrag. Een gedragsprobleem remt een goede ontwikkeling van een kind.

 

 

No Comments Yet.

Leave a comment